
De Non-Polio Ziekte die ‘er net zo uitziet als polio’.
Sinds een jaar of vijf duikt er een vreemde en ernstige op polio lijkende ziekte, Acute Flaccid Myelitis (AFM) of Acute Flaccid Paralysis (verlamming) (AFP) op in ongewone groepen op allerlei plaatsen in de Verenigde Staten, voornamelijk onder kinderen. AFM en AFP gevallen worden ook gemeld in Europa, India en andere landen. Doelwit van AFM is een deel van het ruggemerg (de grijze stof) en de ziekte kan blijvende schade en soms ook de dood veroorzaken. Experts op het gebied van volksgezondheid zien AFM als ‘de meest voorkomende klinische vorm van paralytische poliomyelitis’ en wanneer de laboratorium analyse wijst naar het poliovirus als veroorzaker van de betreffende symptomen krijgt die persoon de diagnose ‘polio’. Echter, wanneer er geen betrokkenheid van het poliovirus wordt vastgesteld, diagnosticeren gezondheidsdiensten deze toestand als AFM of AFP, zelfs als het klinische beeld identiek is aan polio.
Een neuroloog uit Stanford geeft toe dat AFM:‘er net zo uitziet als polio, maar dat deze term paniek veroorzaakt bij de gezondheidsdiensten’

De bewogen geschiedenis van ‘polio’
Het poliovirus is een enterovirus, een virus dat zich bevindt in het maagdarmstelsel, maar dat in staat is om het zenuwstelsel binnen te dringen. Vanuit het kortzichtige perspectief van de CDC’s is alleen het poliovirus maar in staat om de verlammingsverschijnselen te veroorzaken die men ‘polio’ noemt. Echter, vroege onderzoekers van het fenomeen polio schilderden een ander beeld (gepubliceerd niet lang na de introductie van het eerste polio-vaccin).
In een studie over een polio-uitbraak in 1958 in Michigan (gepubliceerd in The Journal of the American Medical Association JAMA), werd beschreven dat ‘in een groot aantal gevallen van verlamde als ook niet-verlamde patiënten het poliovirus niet de oorzaak was’. De JAMA onderzoekers meldden ook dat hun laboratoriumonderzoeken niet alleen twee verschillende immunologische typen van het poliovirus hadden geïdentificeerd, maar ook andere typen enterovirussen en ‘er waren geen duidelijk 
Voorkeurfocus op uitleg over virussen
Anders dan de één-oorzaak-één-uitkomst-visie betreffende paralytische polio, geven het CDC en andere hedendaagse onderzoekers toe dat AFP een breed spectrum van mogelijke ziekteverwekkers heeft. Sommige nieuwe berichten besteden aandacht aan de mogelijke rol van voor het milieu giftige stoffen, maar vrijwel elk gepubliceerd onderzoek betreffende AFM houdt zich afzijdig van die mogelijkheid. In plaats daarvan zijn onderzoekers bezig met de conclusie dat twee non-polio enterovirussen (enterovirus D68 (EV-D68) en enterovirus A71 (EVA71) in beginsel de schuld zijn, zelfs terwijl geen van de twee virussen zichzelf als een consistent pathogeen heeft getoond. (consitent pathogeen = aanhoudende ziekteverwekker).
Studies uit Colorado, gepubliceerd in de Lancet Infectious Diseases (2018) en het CDC’s Morbidity and Mortality Weekly Report (2016) leggen niet alleen een link tussen de twee enterovirussen en AFM, maar beschrijven ook andere mysterieuze neurologische verschijnselen ‘van onbekende etiologie’ die zich de laatste tijd hebben voorgedaan bij kinderen uit Colorado. (etiologie = oorzaak)

Het Orale Poliovaccin
Neurovirulentie is een zeer bekende term voor degenen die het bestaan van vaccin-gerelateerde poliomyelitis hebben bestudeerd in landen die het levende orale (via de mond toegediende) poliovirus vaccin (OPV) gebruiken. Het OPV-vaccin staat bekend als ‘genetisch onstabiel’ en is in staat de menselijke darm te veranderen om zo de neurovirulentie en virale replicatie van de karakteristieken van verwante wilde virusstammen te behouden. (replicatie= vermenigvuldigen van (levende) virussen die in het vaccin zitten in het lichaam van de ontvanger)
Studies in landen als Ghana en China hebben vaccin-gerelateerd poliovirus geïdentificeerd in kinderen met verlammingen in streken met een hoge OPV-dekking (hoge vaccinatiegraad), en hebben daarin de ziekte van de kinderen benoemd als AFP, liever dan als polio. Onderzoekers uit India beschreven onlangs de relatie tussen het aantal Non-Polio Acute Flaccid Paralyse (NPAFP) en de in dit land gepraktiseerde pulse-polio-immunisation (perdiodieke OPV vaccinatie van alle kinderen onder de vijf jaar). Het aantal poliogevallen ‘toonde een grote overeenkomst met de NPAFP-graad’ en het sterftecijfer van NPAFP patiënten was ’twee keer zo hoog als het sterftecijfer bij wilde polio’.

‘Herhaalde doseringen vaccin met levende virussen die in het maagdarmstelsel terecht komen koloniseren mogelijk de darm en veranderen het virale microbioom (red. bacteriebevolking in de darm) en dit kan leiden tot verandering in de enteropathogene stammen. Het is mogelijk dat nieuwe neurotropische enterovirussen (red. met een voorkeur het zenuwstelsel aan te vallen) die de darm koloniseren verlammingen kunnen induceren.’
(red. met andere woorden: de virussen die met het orals polio vaccin wat niet ingespoten maar doorgeslikt wordt in de darmen van de kinderen terecht komt, blijft daar en veranderd het evenwicht waardoor er een toename ontstaat van virussen die gevaarlijk zijn voor het zenuwstelsel)
Vermijd het ‘P’-woord en het ‘V’-woord
In de V.S. wordt het geïnactiveerde poliovaccin (IPV) gebruikt (via injectietoegediend), dat de darm niet koloniseert. IPV kan daarom niet de veranderingen in virale stammen veroorzaken op de manier die de Indiase onderzoekers in verband met het OPV-vaccin (oraal poliovaccin) hebben geopperd.
Echter, er zijn veel andere redenen om het vaccin-gerelateerde mechanisme voor wat betreft de oorzaak van het ontstaan van AFM in de U.S. te verdenken, waarvan een van de eerste is dat wetenschappelijke literatuur verlammingen al decennialang als een schadelijke bijwerking van vaccinaties heeft beschreven.
Een rapport uit 1950 in The Lancet beschrijft een uitbraak van poliomyelitis in Australië, waarin een relatie tussen paralytische polio werd gezien na kinkhoest-vaccinatie en een ‘aanzienlijke stijging in de ernst van de verlamming in de laatst gevaccineerde ledemaat van die kinderen onder de drie jaar die een injectie kregen, binnen 35 dagen na het begin van poliomyelitis’. Een overlevende van de uitbraak die hoorde van de Lancet-publicatie, ontdekte dat het rapport verborgen werd gehouden vanwege de ‘angst voor verzet tegen immunisatie’.

‘Wanneer er een op polio-gelijkend virus in de V.S. rondwaart, moet de mogelijkheid dat dit is geprovoceerd door en of meer vaccins worden overwogen’. Cunningham legt uit: ‘Het is een taboe om te suggereren dat vaccins hierin mogelijk een rol spelen, maar sommige oude rotten in het vak herinneren zich ‘de provocatie poliomyelitis (PP) of de provocatie verlammingen’… die volgden na intramusculaire injecties, typisch voor vaccinaties. PP werd zeer overtuigend gedocumenteerd gedurende de Britse polio-epidemie van 1949 toen het risico op paralytische polio 20-voudig was gestegen onder kinderen die de DPT- vaccinatie hadden gekregen. Gelijke observaties werden gedaan in New York City, literatuuronderzoek citeert verdachte gevallen vanaf 1921.’
Een verslag van een casus uit 2018 van een vijf jaar oud AFP-patiëntje in Taiwan meldt dat het kind een plotseling begin van Acute Flaccid Paralysis meemaakte die de linker arm betrof na drie dagen koorts en ademhalingsproblemen. Echter dit verslag – en veel nieuwe verslagen betreffende AFM – hebben geen van allen ook maar enige melding gemaakt over de recente vaccinatiegeschiedenis van de zieke en overleden kinderen.

Om draagvlak te krijgen voor een theorie over retrograde axonaal transport*, deden de onderzoekers de veronderstelling dat EV71 zich verspreid ‘van spieren naar het zenuwstelsel via neuronale verbindingen zowel als via de bloedbaan op enig moment van de infectie’. Retrograde axonaal transport zou ook kunnen verklaren hoe injecties die worden gegeven tijdens een infectie de mogelijkheid voor bacteriën en virussen kan scheppen de hersenen binnen te komen.
(* zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Axonal_transport)
De meeste IPV-vaccins in de U.S. zijn aluminiumhoudende combinatievaccins. Franse onderzoekers hebben aangetoond dat aluminiumdeeltjes in vaccins een sleutelrol spelen in een andere, steeds vaker voorkomende toestand die Macrofage Myofasciitis (MMF) wordt genoemd. Deze MMF onderzoekers hebben verklaard dat wanneer ‘slecht biologisch afbreekbare aluminiumcoated (=met aluminium bedekte) deeltjes’ in de spieren worden geïnjecteerd, deze deeltjes zich later door het lichaam kunnen verspreiden en zich langzaam in de hersenen kunnen ophopen’.
Onderzoek met dieren heeft aangetoond dat aluminiumhoudende vaccins bijdragen tot ‘een neurodegeneratief proces …van de grijze stof in het ruggenmerg’, tot ‘verlamming van de achterhand’ en andere neuropathologische veranderingen. Het is zorgwekkend dat AFM een uniek ziektepatroon laat zien en een groot gebrek aan reactie op de standaardbehandelingen zoals die er zijn bij de meer traditionele vormen van ontstekingen van het ruggenmerg. In een onderzoek van 29 gevallen van AFM door Europese onderzoekers in 12 Europese landen stierven twee van de 29 patiënten en totale genezing van degenen die het overleefden kwam slechts zelden voor.

Wanneer de vaccins die kinderen nu al krijgen een belangrijke bijdrage leveren aan de kans dat deze enterovirussen in de hersenen terecht komen of via andere mechanismen verlammingen veroorzaken, kan het zijn dat de farmaceutische industrie en de gezondheidsdiensten zich in een lastig publiek debat gaan bevinden. En daarom worden er woordspelletjes gespeeld die zover gaan dat AFM wordt beschreven als ‘op polio lijkend’, maar die het woord ‘polio’ of ‘vaccin’ niet wagen te gebruiken.
Het originele artikel is te lezen op www.ChildrensHealthDefense.org
Vertaling: Lonneke Schuller tot Persum. Lonneke is klassiek homeopathe en voert praktijk in Staphorst en Steenwijk.