1995-2005

De in figuur 2 genoemde groep ‘overige verschijnselen’ bevatte over de genoemde 11 jaren totaal 62 meldingen van sterfgevallen. In 2005 werd 73 van de meldingen beoordeeld als een bijwerking met een ‘zeker’, ‘waarschijnlijk’ of ‘mogelijk’ oorzakelijk verband met de vaccinatie. In de 5 voorgaande jaren varieerde dit percentage van 78-83.

grafiek


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:2732-7 https://www.ntvg.nl/artikelen/veiligheidsbewaking-van-rijksvaccinatieprogramma-minder-bijwerkingen-van-dktp-hib/volledig

 

2001

Een rapport van het RIVM waarin alle gemelde bijwerkingen van 2001 genoemd en geanalyseerd worden. 7 overlijdens, hersenvliesontsteking na de BMR, breath holding spells…. De zeven sterfgevallen in 2001 gemeld, zijn op één na alle na uitgebreide evaluatie als toevallige samenloop beoordeeld, hoewel niet in alle gevallen een doodsoorzaak kon worden vastgesteld.  

http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/000001007.pdf

 

2002

In 2002 zijn 1332 meldingen binnengekomen, betreffende 1249 kinderen.  80% (1057) van de meldingen werd als bijwerking beoordeeld met een mogelijk, waarschijnlijk of zeker causaal verband. De acht sterfgevallen die in 2002 zijn gemeld, zijn alle na uitgebreide evaluatie als toevallige samenloop beoordeeld, hoewel niet in alle gevallen een doodsoorzaak kon worden vastgesteld. In 60% was er een mogelijke causale relatie met de BMR.  

http://rivm.openrepository.com/rivm/handle/10029/8802

 

2003

Van de meldingen werd 78% als bijwerking van de vaccinaties beschouwd. Het ging hierbij om 1060 ziektebeelden. De ernstige infecties die werden gemeld hadden geen relatie met de vaccinaties. Bij de drie gemelde overleden kinderen is het overlijden niet door de vaccinaties veroorzaakt.

http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2005/m
aart/Adverse_Events_Following_Immunisation_under_the_National_Vaccination_Prog
ramme_of_the_Netherlands_Number_X_Reports_in_2003

 

2004

De bijwerkingenbewaking van het Rijksvaccinatieprogramma over 2004 liet een duidelijke toename zien van het aantal meldingen met 56%. De toename in het aantal meldingen is toe te schrijven aan de onrust in de media over de veiligheid van de vaccinaties. In 2004 zijn in het totaal 2141 meldingen ontvangen. Hiervan werd 83% als bijwerking van de vaccinaties beschouwd. . Bij de vier gemelde overleden kinderen is het overlijden niet door de vaccinaties veroorzaakt.

http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2006/fe
bruari/Adverse_Events_Following_Immunisation_under_the_National_Vaccination_Pr
ogramme_of_The_Netherlands_Number_XI_Reports_in_2004

 

2005

In 2005 zijn in totaal 1036 meldingen ontvangen. Hiervan werd 73% als bijwerking van de vaccinaties beschouwd. Hierbij waren koortsstuipen en atypische aanvallen met rillerigheid, schrikschokken en gespannenheid of juist een heel slappe houding. Bij de acht meldingen van overleden kinderen is het overlijden niet door de vaccinaties veroorzaakt.

http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2007/ja
nuari/Adverse_events_following_immunisation_under_the_National_Vaccination_Prog
ramme_of_the_Netherlands_Number_XII_Reports_in_2005

 

2006

In 2006 zijn in totaal 1159 meldingen ontvangen.  Van de 1159 meldingen betrof het in 875 (76%) gevallen een bijwerking. Hierbij ging het in 51% om heftiger verschijnselen, vooral zeer hoge koorts, langdurig huilen, collapsreacties, verkleurde benen, koortsstuipen en atypische aanvallen met rillerigheid, schrikschokken en gespannenheid of juist een heel slappe houding. Bij de zes meldingen van overleden kinderen is het overlijden niet door de vaccinaties veroorzaakt.

http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2008/fe
bruari/Adverse_Events_Following_Immunisation_under_the_National_Vaccination_Pr
ogramme_of_the_Netherlands_Number_XIII_Reports_in_2006

 

2007

Van de 995 meldingen betrof het in 710 (72%) gevallen een bijwerking. Hierbij ging het in 54% om heftiger verschijnselen, vooral zeer hoge koorts, langdurig huilen, collapsreacties, verkleurde benen, koortsstuipen en atypische aanvallen met rillerigheid, schrikschokken en gespannenheid of juist een heel slappe houding. Bij de vier meldingen van overleden kinderen is het overlijden niet door de vaccinaties veroorzaakt.

http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2009/m
aart/Adverse_Events_Following_Immunisation_under_the_National_Vaccination_Prog
ramme_of_the_Netherlands_Number_XIV_Reports_in_2007

 

2008

In 2008 heeft de bijwerkingenbewaking van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) 1290 meldingen ontvangen, een toename van 30 procent ten opzicht van 2007. De oorzaak van de toename is een groter aantal meldingen van lokale reacties na de herhalingsvaccinatie die kinderen op vier jarige leeftijd krijgen. Van alle meldingen werd 79 procent beoordeeld als bijwerking van een vaccinatie. Bij de drie meldingen van overleden kinderen zijn de vaccinaties daar niet de oorzaak van geweest.

http://www.rivm.nl/en/Documents_and_publications/Scientific/Reports/2010/april/Ad
verse_Events_Following_Immunisation_under_the_National_Vaccination_Programme
_of_the_Netherlands_Number_XV_Reports_in_2008

 

2009

Met 1647 meldingen betekent dit een toename van 28 procent ten opzicht van 2008 . Van alle meldingen werd 81 procent beoordeeld als bijwerking van een vaccinatie. Bij alle negen meldingen van overleden kinderen zijn de vaccinaties daar niet de oorzaak van geweest.  De gesignaleerde bijwerkingen zijn medisch gezien niet gevaarlijk, hoewel ze soms voor omstanders beangstigend kunnen zijn.

http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2011/ja
nuari/Mogelijke_bijwerkingen_binnen_het_Rijksvaccinatie_Programma_in_Nederland_Meldingen_in_2009

 

2010

Grotendeels in het engels en door het RIVM verwerkt in een algemene beschouwing. Adverse Events in the Netherlands Vaccination Programme : Reports in 2010 and Review 1994-2010

Dit jaar zijn 1380 vermoede bijwerkingen gemeld. In 2010 werd 78 procent (1082) van de meldingen daadwerkelijk als bijwerking beschouwd. Bij 296 meldingen (22 procent) was er een toevallige samenloop van omstandigheden en geen oorzakelijk verband met de vaccinatie. Ook de gemelde ernstige infecties en epilepsie stonden los van de vaccinaties. Bij de vijf kinderen die na een vaccinatie zijn overleden, zijn de vaccinaties daarvan evenmin de oorzaak geweest.

http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2012/ja
nuari/Adverse_Events_in_the_Netherlands_Vaccination_Programme_Reports_in_2010
_and_Review_1994_2010

 

2011

In 2011 ontving Lareb 1103 meldingen met in totaal 1784 bijwerkingen. Van de 1103 meldingen waren er 88 ernstig volgens de daarvoor geldende internationale criteria. Er waren geen meldingen van sterfgevallen.

https://www.lareb.nl/media/2896/lareb-rapportage-rvp-2011.pdf

 

2012

In 2012 ontving Lareb 20% meer meldingen van mogelijke bijwerkingen van vaccins in het
Rijksvaccinatieprogramma ten opzichte van 2011. In dat jaar ontving Lareb 1103 meldingen en in 2012 1387 meldingen met in totaal 2260 bijwerkingen. Er was vooral een toename in het aantal meldingen na de DKTP-prik bij vierjarigen en de HPV-vaccinaties voor 12-13 jarige meisjes. Van de 1387 meldingen waren er 113 ernstig volgens de daarvoor geldende internationale criteria. Er waren 3 meldingen van overlijden.
https://www.lareb.nl/media/2897/lareb-rapportage-rvp-2012-web.pdf

 

2013

In 2013 ontving Lareb 1223 meldingen van totaal 2437 bijwerkingen. De meldingen waren zowel afkomstig van zorgverleners als van (ouders van) gevaccineerde kinderen. Er waren 93 ernstige meldingen, waaronder vier meldingen van overlijden.

https://www.lareb.nl/media/2874/jaarrapportage-rvp-2013.pdf

 

2014

(Jaar waarin gestart met het niet meer vermelden van het aantal overlijdens in de samenvatting) Het totaal aantal meldingen van mogelijke bijwerkingen van vaccins toegediend in het kader van het RVP in 2014 was 982. In totaal werden 1950 bijwerkingen gemeld. Van deze meldingen waren er 78 ‘ernstig’. Diep verstopt in bijlage 2 (criteria ‘ernstig’):

DTH (overlijden): 1
HO (ziekenhuisopname): 46
LTH (levensbedreigend): 10
DIS (invaliderend-autisme): 1
OTH (overig ernstig): 7

https://www.lareb.nl/media/2862/lareb_rapport_rvp_aug15_04.pdf

 

2015

In totaal werden in dit jaar 1.494 meldingen, 3.366 vermoede bijwerkingen, gemeld. Van deze meldingen waren er 130 ‘ernstig’ volgens de criteria van Council for International Organizations of Medical Sciences (CIOMS). Bij 328 bijwerkingen is niet bekend dat dit een mogelijke bijwerking van de RVP vaccins kan zijn. Bij veruit de meeste ernstige meldingen was er sprake van een ziekenhuisopname. Er was één melding van overlijden.

https://www.lareb.nl/media/2863/lareb_rapport_rvp_jul16.pdf

 

2016

In 2016 ontving Bijwerkingencentrum Lareb 1482 spontane meldingen van vermoede bijwerkingen na vaccinaties (AEFIs) gegeven in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma. Van de 1482 gedane meldingen waren er 111 geduid als ‘ernstig’ volgens de criteria van de Council for International Organizations of Medical Sciences (CIOMS). In 2016 is éénmaal melding gedaan van overlijden na het geven van een vaccinatie. Er werden 23 meldingen gedaan waarbij er sprake was van het CIOMS-criterium ‘levensbedreigende situatie’. Ook ontving Lareb 90 meldingen waarbij de bijwerkingen leidde tot ziekenhuisopname. Van de meeste gemelde bijwerkingen die tot een levensbedreigende situatie en/of ziekenhuisopname hebben geleid, is bekend dat ze bij deze vaccins kunnen optreden. De meeste meldingen bijwerkingen zijn opgetreden na het geven van de 4-jarigen vaccinatie tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio. 

www.lareb.nl/nl/news/meldingen-van-bijwerkingen-na-vaccinaties-rvp-2016-en-griep-20162017/

 

2017

Van de 1383 meldingen waren er 92 (6,7%) geduid als “ernstig” volgens de criteria van de Council for International Organizations of medical Sciences (CIOMS) . Lareb ontving 74 meldingen waarbij de bijwerkingen leidde tot ziekenhuisopname. Van de meeste gemelde bijwerkingen die tot een levensbedreigende situatie en/of ziekenhuisopname hebben geleid, is bekend dat ze bij deze vaccins kunnen optreden. In 2017 is tweemaal melding gedaan van overlijden na vaccinatie in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma. De meeste meldingen bijwerkingen betreffen die zijn opgetreden na het geven van de 4-jarigen vaccinatie tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio.

https://www.lareb.nl/media/3136/lareb_rapport_rvp_jun18.pdf

 

 

Aanvullende informatie

TV reportage Netwerk november 2009: bevestiging van Roel Coutinho (voormalig directeur RIVM) over het aantal sterfgevallen (5-10) per jaar na vaccinatie: https://www.youtube.com/watch?v=wv_lKaCifXk

‘Elk jaar krijgt het RIVM 5 tot 10 meldingen van kinderen die zijn overleden na een vaccinatie’.
http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Persberichten/201
0/Pneumokokkenvaccin_geen_oorzaak_overlijden_zuigelingen

Slechts 1-10% wordt gemeld, want bijwerkingen worden niet of zelden (h)erkend door artsen/specialisten/verpleegkundigen/cb’s/ouders.
http://www.truthlibrary.info/articles/vaccines/1-10-of-vaccine-adverse-reactions-
are-reported/

 

Definitie ‘ernstig’ volgens de internationale CIOMS-SAE/SAR criteria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  1. http://www.fda.gov/Safety/MedWatch/HowToReport/ucm053087.htm
  2. http://www.slideshare.net/NidhiRalliKapur/adverse-event-reporting-16734879

 

 

Ter afsluiting

Het is moeilijk de reden te achterhalen waarom een groot deel van de meldingen wel als een ‘zeker’, ‘waarschijnlijk’ of ‘mogelijk’ oorzakelijk verband met de vaccinatie beschouwd wordt, terwijl men er bij de meldingen van overleden kinderen van uit gaat dat de vaccinaties daar niet de oorzaak van zijn geweest…

 

 

 

 

 

Over de auteur:

Ellen Vader onderzoekt, verzamelt, en schrijft over vaccin gerelateerde onderwerpen.