baby krijgt vaccin‘Wat vlekjes en wat koorts is alles wat hij kan krijgen’, zei de verpleegster toen ze onze zoon de BMR gaf. Dit jaar wordt hij zeven jaar, en hij worstelt nog steeds elke dag met de beperkingen die veroorzaakt zijn door die prik.

“Mijn zoon werd gezond geboren met 37+1 weken, 3500 gram en 50 cm. Hij was 8 weken oud toen we al met hem gingen kamperen in Frankrijk. Geen centje pijn. Toen hij 10 weken oud was sliep hij ’s nachts al door. Hij ontwikkelde zich volgens de norm. Rollen, zitten, kruipen, lopen, zijn eerste woordje (‘mama’), alles volgens het boekje.

Ook zijn inentingen kreeg hij volgens het boekje. Wel of niet inenten was geen discussie. Iedereen deed dat, dus wij ook. Toen hij vier maanden was veranderde hij van een tevreden mannetje is een huilerige baby. Hij was niet zo happy meer; ging enorm overstrekken (wij dachten krampjes maar er was niets veranderd aan zijn voeding) en kreeg reflux. Hij werd ook onrustiger. Het was ons eerste kind dus het zal er wel bij horen, dachten we. Maar vreemd was het wel. En heel vermoeiend.

Hij was 16,5 maand oud toen hij de combinatie BMR/ MenC vaccinatie kreeg. We werden gewaarschuwd door de verpleegkundige van het consultatiebureau dat hij wat vlekjes en wat koorts kon krijgen, en dat dat vooral geen reden was om de huisarts te bellen. Dus toen hij anderhalve week na de BMR van top tot teen onder de vlekken zat en koortsig was, en zijn gezicht gezwollen was, en hij blauwzwarte vlekken op zijn bovenbenen had (alsof er rozijntjes onder zijn huid zaten), dachten wij nog steeds dat dat ‘erbij hoorde’. Totdat ik een foto van hem naar een vriendin appte en zij mij vertelde dat dát toch echt niet normaal was!

Een uur later zaten we bij de huisartsenpost in het ziekenhuis. De arts wist niet wat ze zag. Ze had geen idee wat het zou kunnen zijn. Ze ging googlen op ‘mazelen’ om te kijken hoe dat eruit zag, want ze had nog nooit mazelen in het echt gezien. Ze kwam er niet uit. Ze raadpleegde een andere arts, die wist het ook niet. Ze hadden dit nog nooit eerder gezien. Ze stuurde ons naar de Spoedeisende Hulp. De dienstdoende arts daar wist het ook niet. Hij maakte foto’s met zijn mobieltje en stuurde ze door naar de kinderarts. Die wist het ook niet. Dus stuurde hij ze door naar de dermatoloog. Die wist het ook niet.

Ondertussen schreeuwde ons kind moord en brand. ‘Jeuk’ volgens de arts. Geen jeuk, volgens ons. Vijf artsen keken naar ons kind en konden ons niet vertellen waar ze naar keken. Dit hadden ze nog nooit gezien. Uiteindelijk was de eindconclusie van de artsen: extreme reactie op de vaccinatie. We moesten maar wat Kidsclin halen bij de apotheek tegen de jeuk. (ter info: Kidsclin is voor jeuk bij waterpokken). En toen konden we gaan.

In de dagen daarna verdween de zwelling van zijn gezicht en langzaam verdwenen ook de grote vlekken. Het duurde echter maanden voordat de blauwzwarte vlekken op zijn bovenbenen waren weggetrokken.

 

 

Slechts een ‘bedankt voor de info…’

Ik heb na het bezoek aan de spoedeisende hulp een mail gestuurd naar het consultatiebureau, incl. foto’s van het verloop van de uitbraak van… ja van wat? Samen met de mededeling dat dit dus kan gebeuren na de BMR/MenC, en dat het goed is dat ze ouders daarop wijzen. Het enige antwoord dat terugkwam was een ‘bedankt voor de info’. Ook heb ik zijn reactie op de vaccinatie naar bijwerkingencentrum LAREB gestuurd, incl. de foto’s. Ik kreeg een mail terug. Ze hadden het genoteerd en vroegen of we er verder nog iets mee wilden. Dat was niet nodig vonden we, we hadden het gemeld en onze zoon was aan het herstellen. Het leed leek geleden. Dat het ergste nog moest komen wisten we toen nog niet…

In de weken en maanden die volgden veranderde ons mannetje. De woordjes die hij bij de plaatjes kon benoemen als hij door zijn peuterboekje bladerde wist hij niet meer. Hij keek met een glazige blik naar de plaatjes in zijn boekje en er kwam niets. Ook staarde hij nietsziend naar buiten als hij in de kinderstoel aan tafel zat en kon dan zo opeens beginnen te glimlachen/lachen. Hij was niet meer betrokken bij wat er om hem heen gebeurde. Hij maakte weinig oogcontact. Als je zijn naam riep reageerde hij niet. Leek ons niet meer te horen. Hij gaf niet meer aan of hij honger of dorst had. Hij zat in een mist, in zijn eigen wereld.

blauw blokjeAls hij bij ons aan tafel zat en ons iets duidelijk wilde maken, of als hij wilde dat we iets pakten wat op tafel lag, dan pakte hij onze hand en bewoog die naar het voorwerp. Zonder klanken, zonder woorden. Hij ging op zijn tenen lopen. Hij liep in huis met een blauw Duploblokje in de ene en een rood Duploblokje in de andere hand. Waren we in een ballenbak, dan liep hij met een rode en een blauwe bal. Hij maakte daar geen contact met andere kinderen en deed zijn eigen ding. Ook de gastouder, waar onze zoon vanaf 3 maanden oud al kwam, viel de veranderingen op. Hij zwaaide ons niet uit, reageerde niet als we hem kwamen halen. Hij raakte gefascineerd door wielen. Overal waar hij wielen zag wilde hij ze aanraken en raakte er helemaal opgetogen van. Gingen we van huis, dan ging hij overstrekken en gillen. Kwamen we thuis, dan ging hij ook overstrekken en gillen. Moest hij in een andere dan onze eigen auto, dan ging hij ook gillen en overstrekken.

Op de peuterspeelzaal maakte hij nauwelijks contact met de andere kinderen. Werd er daar gezongen en geklapt, dan gooide hij zichzelf op de grond en raakte overstuur. Werd het hem allemaal te veel dan ging hij op de grond liggen en met zijn hoofd op de vloer bonken. En hij ging ‘fladderen’. Bij te veel prikkels ging hij heen en weer lopen, met zijn armen zwaaien en lopen ‘hummen’. De intern begeleider van de school waar wij hem hadden aangemeld zag hem dat doen bij een observatie in de voorschoolse peutergroep en zei dat hij leek op een ‘gekooid dier’.

Heeft u enig idee wat er door je heen gaat als iemand je kind een ‘gekooid dier’ noemt? Het snijdt dwars door je ziel, dat kan ik u vertellen.

In de jaren die volgden op de BMR hebben we vele hulpverleners, waaronder kinderartsen, gesproken. We noemden telkens de BMR en een aantal van de veranderingen na de BMR en niemand reageert daarop. Alsof het heel normaal is dat een kind van anderhalf gedurende anderhalf jaar niet praat…

stapel boekenIk zal hier verder niet uitweiden over alle bezoeken aan hulpverleners en therapeuten in de aflopen jaren, niet over de behandelingen die mijn zoon heeft gehad, niet over de trajecten die hij heeft gevolgd, niet over de vele loketten waar we hebben aangeklopt en ons verhaal hebben moeten doen om vervolgens zonder de juiste hulp en met een volgende verwijzing weer buiten te staan. Niet over de vele boeken die ik heb gelezen om mijn zoon te kunnen begrijpen en te kunnen helpen. Dat alles voert voor nu te ver. Maar ik kan u verzekeren, het waren en zijn zware jaren. Voor hem als kind, en voor ons als ouders. Het heeft ons hele leven beïnvloed.

Ik ben van baan veranderd zodat ik mijn eigen tijd kan indelen om met hem naar therapieën te kunnen, om hem te begeleiden, om leerkrachten te informeren en te begeleiden, om mee te kunnen met uitjes van school voor het geval hij overprikkeld raakt en om tijd te hebben om uit te zoeken hoe we hem nog meer/anders/beter kunnen helpen. Ons sociaal leven staat op een laag pitje omdat we altijd rekening moeten houden met het feit dat onze zoon niet te veel prikkels op een dag krijgt.

Gelukkig is zijn toestand verbeterd nadat we de BMR/MenC vaccinatie hebben laten ontstoren bij een homeopaat. Hij was toen 4 jaar en zijn leerkracht zei dat ze na de zomervakantie een heel ander kind had dan voor de zomervakantie. Hij was uit de mist gekomen, kon contact maken met andere kinderen, was er meer “bij”. Gelukkig komt hij mee in het regulier onderwijs, want het is een pientere jongen.

VaccinsHij is nu bijna 7 en heeft inmiddels de diagnose coördinatie-ontwikkelingsstoornis (DCD). DCD is erfelijk, volgens de medici. Er is echter niemand in onze families met een motorische stoornis. Sterker nog, mijn vader was ooit turner en gymleraar. Daarnaast is mijn zoon zeer prikkelgevoelig, en er is een sterk vermoeden van ASS (autisme spectrum stoornis). Autisme is ook erfelijk, zegt men. In onze beide families komt autisme echter niet voor. Zouden we onze zoon laten testen op ASS dan zou hij ongetwijfeld dat label krijgen. Maar dat weigeren wij. Hij heeft geen aangeboren autisme. Hij heeft vaccinatie-schade.

Er gaat geen dag voorbij dat ik me niet afvraag: ‘Hoe zou hij zijn geweest als hij de BMR niet had gehad?’ ‘Wat zou ons leven een stuk gemakkelijker zijn!’ ‘Waarom overkomt ons dit?’ ‘Had ik de risico’s maar geweten!’ Allemaal vragen en gedachten. Maar dat helpt ons niet en het helpt hem ook niet. Het is gebeurd. We wisten niet eens dat zoiets kon gebeuren. Maar het is ons overkomen, dus het kan. En het kan iedereen overkomen.

Het meest schrijnende is dat voor politici, beleidsmakers en journalisten deze kinderen er kennelijk niet toe doen. Vaccinatieschade wordt niet serieus genomen.

Ons verhaal staat niet op zichzelf. Er zijn veel soortgelijke verhalen. Kinderen kunnen veranderen na de BMR. Er kan na een vaccinatie iets gebeuren in de hersenen waardoor een kind zich autistisch gedraagt. En er is genoeg wetenschappelijk onderzoek dat dit onderbouwt, ook dat nog.

We hebben ons kind zien veranderen door het vaccin. Dat is onze dagelijkse werkelijkheid. Daar leeft hij iedere dag mee. Daar leven wij iedere dag mee. En dat doet ontzettend veel pijn kan ik u zeggen. Ik neem het mijzelf kwalijk. ‘Had ik het maar geweten, dan had ik het niet gedaan. Ik ben hier verantwoordelijk voor, dit is mijn schuld.’ Het is een enorm zware last om te dragen.

zwart gatMaar weet u, ik ben hier niet verantwoordelijk voor, dit is niet mijn schuld. Dit had hem en ons bespaard kunnen blijven. Als we maar goede voorlichting hadden gekregen op het consultatiebureau. Als we maar waren gewezen op de risico’s. Als we soortgelijke ervaringen van andere ouders hadden gehoord. Als vaccins veilig zouden zijn. Als wij als ouders onze verhalen maar gewoon kunnen vertellen, zodat andere ouders worden gewezen op de risico’s zodat je als ouder een afweging kunt maken. Als, als, als… Heeft u enig idee hoe dat voelt? Dat de schade die je kind heeft opgelopen door alle rotzooi die in een vaccin zit er gewoon niet toe doet?

 

 

Ik hoor bij de groep die met venijn ‘anti-vaxxers’ wordt genoemd

Ik ben geen antivaxxer, ik ben een ex-vaxxer, want u zult begrijpen dat mijn kind geen enkele vaccinatie meer krijgt. Om die reden word ik beschimpt en beticht. Ik word in de media en op social-media weggezet als geitenwollensokken huismoeder die, ondertussen rechtsdraaiende yoghurt etend, de hele dag zit te Facebooken en Googelen, op zoek naar complotten en fake news. Ik weiger vaccins en daarom denk ik alleen maar aan de gezondheid van mijn eigen kind? Daarom ben ik een gevaar voor de kudde-immuniteit, en dus een gevaar voor de volksgezondheid?

Om zó te worden neergezet raakt mij in het diepst van mijn ziel. Ik ben niet dom of gevaarlijk. Ik ben een moeder van een beschadigd kind dat iedere dag worstelt met het leven door de beperkingen die hij heeft. Vaccinatieschade bestaat – en zolang het wordt ontkend kan elk kind dat wordt gevaccineerd het volgende slachtoffer zijn. Dat gun ik niemand.”

 

 

 

 

Over de auteur:
Belinda van der Pijl is moeder van een kind met vaccinatieschade.

Ouders zie zich herkennen in dit verhaal – of andere vormen van (niet erkende) vaccinatieschade – en ook naar buiten willen komen met hun ervaring, neem alstublieft contact op met de Stichting Vaccinvrij.